Ontspannen kringspier

Als ik de ‘lounge’ van de trein binnenstap, krijgt de coupé een intensere betekenis dan ik had gewild. Op de bijna comfortabele bank, liggen twee jongens net zo comfortabel over elkaar heen. Het been van de een over de buik van de ander, het hoofd van de ander op de leuning van de bank. Onverstoorbaar lijken ze een flinke roes uit te slapen. De een nog dieper verstopt in zijn lichtblauwe capuchon dan de ander.

Grijs Gedaante

Dan wordt het ineens raar donker in de trein. De temperatuur lijkt plotseling met 10 graden te dalen, er ontstaat een soort van vreemde mist op de ramen en de veel te felle treinlichten beginnen te stotteren.

Het duurt niet lang of het akelige tafereel wordt ondersteund door een ‘engig’ muziekje. Zo eentje die je standaard in gedachten krijgt als je aan de tandarts denkt. Een muffe geur dringt de coupé binnen. Dan gebeurt het.

De glazen deur beweegt zich langzaam richting de voeten van de jongens. Door de schemer die inmiddels in de coupé hangt, is nauwelijks te zien wie of wat de deur in beweging heeft gebracht. Dan, terwijl de muziek steeds luider wordt en de lucht steeds muffer, wordt langzaam een groot gedaante zichtbaar.

Lang, breed en zo grijs als zijn schaduw. Handen die meer weg hebben van klauwen en nagels langer dan zijn vingers. Het gedaante wurmt zich langzaam, beetje bij beetje, verder door de deuropening heen. Zijn beweging is vloeiend. Bijna lijkt hij te zweven. Maar zijn akelig krakende leren schoenen ontkrachten dat.

Held op Sokken

Een van de in capuchon gehesen jongens is overeind geschoten. Terwijl de ander rustig verder slaapt, heeft zijn lichaam zich gevuld met een angst die hij nooit eerder gevoeld heeft. Zijn handen zijn klam en zijn ogen zo groot als tennisballen. Hij probeert iets uit te brengen, maar het enige dat over zijn lippen komt is een zacht angst-piepje.

Dan herpakt hij zichzelf. Als herboren springt hij overeind, grijpt hij een stoel vast en trekt die uit zijn voegen. Zonder stil te staan bij het feit dat hij zojuist een bijna onmogelijke daad heeft verricht, loopt hij met knikkende knietjes op de grote gedaante af. De stoel die hij dreigend boven zijn hoofd houdt, geeft hem iets van moed. Maar niet genoeg. Als de grijze joekel een stap verder in zijn richting zet, wordt het hem te veel. De stoel valt en gillend duikt de jongen terug in de hoek van de loungebank.

Dan wordt hij wakker.

Misschien werd zijn droom hem te intens. Of misschien werd ook hem duidelijk dat hij zijn kringspier slapend niet in bedwang heeft. Daar zitten we dan met zijn allen in jouw ruft.

Lekker dan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.