De alles verbeurde doch misbare kerktaal

De bevindelijk gereformeerde kerken hebben een groot arsenaal aan tradities. Sommigen stammen van de vroegchristelijke kerk af, anderen uit de zeventiende eeuw. Daar veel van die tradities mooi en sober zijn, is er één traditie die voor mij toch enige hilariteit met zich meebrengt. Namelijk het archaïsche taalgebruik van de kerkbeambten. Zeker omdat de meeste van hen niet enorm talig zijn en ze zich doordeweeks als moderne mannen gedragen.

De gereformeerde gemeentes kennen hun eigen woordenboek. Ze hebben hun eigen ‘inspirational quotes’ en tegeltjeswijsheden. Samengesteld door degenen die hen voorgingen of die hun voorgangers waren. Ergens in de 19e eeuw is de kerktaal gestopt met zijn ontwikkeling. Waarschijnlijk omdat de moderne taal niet eerbiedig genoeg werd geacht. Er wordt bijvoorbeeld nooit zomaar gezegd dat we allemaal overlijden en God zullen zien, maar: “Och, dan moet het toch voor ons allen nog eens eeuwigheid worden en komen wij te staan voor de troon van die grote God.” Natuurlijk zijn er ook elke week wel mensen ziek, dat wordt benoemd met: “Daar er nog zieken in de gemeente zijn, hopen wij dat zij nog maar een weinigjes genezen mogen worden.” Naast dat God niet handelt in ‘weinigjes’ en ‘beetjes’, heb je er ook een lange adem voor nodig. Het grote gebed kent ook een lange aanloop; “Laten wij nu met ons allen trachten het aangezicht des Heeren te zoeken en Zijn alles verbeurde doch onmisbare zegen over ons allen af te smeken.” Hierdoor vraag ik me af hoe er in de tijd dat archaïsch taalgebruik nog modern was, gecommuniceerd werd. Een simpel ‘goedemorgen’ moet toen minuten geduurd hebben.

Hoewel de tale Kanaäns nog bij veel mensen hoog in het vaandel staat, vind ik het ouderwetse taalgebruik een vertoning die mij doet giechelen. Vooral als je die mannen later bij de bakker brood hoort bestellen. Dan zeggen ze gewoon: “Twee halfjes wit, alstublieft.” En niet: “Och, dat ik nog maar weinige halfjes van dat witte daar mocht verkrijgen.” Nou hoeft brood ook niet met eerbied behandeld te worden, maar toch. Deze vergelijking is wat banaal, maar  het laat misschien ook de abstractie van het orthodox christelijk taalgebruik zien.

Gelukkig komt er ook in deze kerken een nieuwe generatie die al wel ver in de moderniteit zit. Laten we hopen dat zij nog maar de alles verbeurde moderne taal mogen gaan gebruiken. Dan houden we alleen de essentiële tradities over.

Weet je zelf nog een voorbeeld van archaïsche volzinnen uit jouw kerk? Deel ze onder dit bericht. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.