Blocnote en dagboek

‘Moet je luisteren; ik heb net thee gezet. Lust je ook? Dan kunnen we daarna beginnen.’ Ik zeg netjes ja, en kijk om me heen. Op tafel ligt een blok. Zo’n blok dat veel studenten hebben om aantekeningen te maken. Tenminste, aan het begin van het jaar hadden ze dat. Volgens mij worden het er steeds minder. Wat zou deze man met dit blok doen? Straks maar even vragen. Ik loop naar de keuken en pak mijn thee aan. ‘Laten we aan de tafel gaan zitten, dat praat wel zo makkelijk.’ Ik knik opnieuw instemmend. Ineens denk ik terug aan wat pas iemand tegen mij zei: ’Saar, zeg niet teveel ja in een gesprek. Vraag door.’

Het secularisme, de welvaartsstaat, de NCRV, de culturele revolutie. Het duizelt me. Ik kijk naar de man tegenover mij. Terwijl ik mijn best doe om de belangrijkste dingen op te schrijven, praat hij fijn door. Hoe kan een man zoveel interessante dingen vertellen? En het leuke is ook nog dat elk antwoord begint met dezelfde zin. ‘ Ach kind, dat is nou toch eens een goede vraag. Luister, ik zal antwoorden.’ Wat een goede man is dit toch. Opeens stopt hij met praten. ‘Kom even mee, dan zal ik het je laten zien.’ Terwijl ik achter hem aan loop, zie ik in mijn ooghoek het kladblok liggen. Oh, bijna vergeten. Straks maar even vragen.

De thee is koud geworden; toch drink ik ‘m beleefd op. De man tegenover mij merkt het. ‘Meid, gooi toch weg, en schenk even nieuwe in. We hebben genoeg. Ach, dat was vroeger wel anders. Water hadden we wel, maar verder moesten we zuinig aan doen. Nee, ik had het niet slecht. Er waren mensen die veel armer waren dan wij.’ Terwijl ik naar de keuken loop en mijn thee in gootsteen gooi, denk ik na. Waarschijnlijk heb ik net een laag geraakt waarbij emoties niet achterwege konden blijven. Ik zag wat tranen in zijn ogen. Ik loop terug en zie ze nog. ‘ Meid, wat een fijn gesprek is dit. Je heb nog een paar vragen, zie ik. Vertel op.’ Maar ik krijg de kans niet om al mijn vragen te stellen. Want hij begint ook dingen aan mij te vragen. ‘Hoe kijk jij er als jongere tegenaan? Tegen al die veranderingen in de samenleving?’

Hij geeft mij een hand. Mijn oude oom van 89 jaar. ‘Ik ben nu helemaal versleten, ik loop niet meer mee. Je vind de weg wel terug he.’ Ik knik instemmend, en bedank hem. Terwijl ik de lift in stap, lopen de tranen over mijn wangen. Wat een prachtige man. Ik was de journalist, met mijn vragen. Eerst was het een beleefd vraag-en-antwoord spel; maar gaandeweg werd het een gesprek. Interesse in elkaar. Hoe je in het leven staat, wat je drijft, wat je idealen zijn en wat je heeft gevormd. Wederzijdse interesse zorgt voor mooie dingen. Van deze man heb ik veel geleerd. Over de culturele revolutie, maar ook over persoonlijke zaken.

En o ja, ik weet nu ook waar deze man zijn kladblok voor gebruikte. Het was zijn dagboek. Elk jaar een nieuwe. Al 48 jaar lang.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.