10 x wat je altijd hoort als je uit een groot gezin komt

Je komt uit een groot gezin en elke keer als het ter sprake komt stellen mensen allerlei vragen. En dan begin je weer braaf op te dreunen hoe ze heten, hou oud ze zijn(dit is altijd gokken geblazen, want het verandert ieder jaar), wanneer ze jarig zijn, hou oud je ouders zijn en hoeveel er nog thuis wonen. Maar na dat jij je riedeltje gedaan hebt is  de nieuwsgierige gezinsdetective nog niet tevreden. Hij stelt vragen. Nog veel meer vragen. Dit onderstaande lijstje komt aardig overeen met wat je altijd hoort als je uit een groot gezin komt.

 

1. ”Wisten je ouders niet wat een condoom was of zo?”
Nee man! Een condoom? Kom je nu mee. Je had ze zoveel kunnen besparen. Ik denk niet echt dat ze het wisten.

2. ”Kun je al de namen van je broers en zussen onthouden? ”
Ja, dat gaat helemaal prima. Tot nu toe heb ik geen Alzheimer en jij kunt toch ook de namen van al je klasgenoten onthouden?

3. ”Zijn jullie allemaal van dezelfde vader en moeder?”
Volgens de laatste check: Absoluut!

4. ”Zo, dan hebben ze wel flink euh je weet wel door euh geneukt.”
Ik denk (of ik hoop vooral) dat jouw ouders wel ietsje vaker seks gehad hebben dan dat mijn ouders kinderen hebben.

5. Je 14-jarige-klasgenoot in de tweede klas: ”KONIJNEN!”
Bedankt voor deze uiterst intelligent geformuleerde vergelijking. Ik kan mij voorstellen dat deze complexe situatie door jouw onvolgroeide puberbreintje enkel maar te visualiseren is met dieren doordat jouw enige leefwereld naast deze school de kinderboerderij is. Het is goed. Pak maar even je momentje.

6. ”Oooh wat erg voor je moeder!”
Ja mijn vader is een vreselijke man, hij heeft haar gedrogeerd en haar hier toe gedwongen.

7. ”Krijg je wel genoeg aandacht?”
Nee eigenlijk niet, Ik heb mijn moeder al dagen niet gezien, daarom ben ik ook zo bij dat er eens een keer iemand wat aan mij vraagt. Heerlijk, heb je er nog een?

8. Wil je zelf ook zo veel kinderen?
Nou, ik heb gezien hoe mijn ouders zijn toegetakeld. Ik geef mijn portie zonder twijfel aan fikkie.

9. ”Hoe kwamen jullie rond dan? Dan moest je zeker altijd kleding van je broer of zus aan?”
Ik mocht willen dat ik ooit kleding aan mocht van mijn familieleden. Als je ook maar met een vinger de kledingkast van de ander aanraakte was het officieel oorlog.

10. ”Was er wel genoeg eten?”
Nee, we zijn ook met 12 kinderen begonnen. Er zijn er nu nog maar 7 over. Je moet echt vechten voor je aardappel Tja, heel tragisch maar zo gaan die dingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.