Kankerzooi: De diagnose

ALL. Acute lymfatische leukemie. Haar mond beweegt, maar de zorgvuldig gekozen woorden die over haar lippen naar buiten rollen hoor ik niet meer. Een slechtnieuwsgesprek brengt de boodschap inderdaad binnen twee zinnen over. 

Een kleine maand daarvoor erger ik mij mateloos aan de droge huid onder mijn baard. Het contrast dat de witte schilfertjes op mijn zwarte shirt veroorzaken; verschrikkelijk! De oplossing lijkt simpel: langs de huisarts. Het consult verloopt soepel, het recept ligt klaar bij de apotheek.

Terwijl ik binnen wacht op mijn recept is het voor de eerste keer raak. Voordat ik het weet hang ik buiten voorovergebogen over een muurtje. Mijn kots druipt langs de bladeren en over het struikgewas onder mij. Tering, wat voel ik mij beroerd.

Zo gaat het nog drie weken door. Oververmoeid denk ik, buikgriepje grom ik, koortsig hoop ik. Blikjes cola klots ik door mijn strot om mijn maag te bedwingen. Elk merkwaardig geurtje leidt tot kokhalzen, bril omhoog en hangen boven het toilet.

Tot overmaat van ramp krijg ik last van een onuitstaanbare zeurende pijn aan beide kaken. Ik besluit op woensdag om zes uur ‘s ochtends de enige persoon te appen die op dat moment gewhatsappt kan worden. Mijn moeder.

“Naar de huisarts en tandarts,” stuurt ze terug, “kan je daarna meteen gezellig mee eten”. Wanneer dokter Speelman mij onderzoekt, is het enige wat mij opvalt zijn bezorgde blik. Bloed laten prikken bij het ziekenhuis, vrijdag weet ik meer.

Vrijdagochtend. Half bijgekomen van een wortelkanaalbehandeling de dag ervoor, wederom intense kaakpijn. Nog een spoedbehandeling. Eerst snel bellen voor de uitslagen van de bloedtest. Sommige waardes wijken af, aldus de doktersassistente. Vanmiddag verdere toelichting via de telefoon.

De verdoving bij de tandarts werkt voor geen meter. Eenmaal thuis wacht ik op het verlossende belletje. De huistelefoon rinkelt op tafel. Ik neem op. “Dag Daniël, met dokter Speelman. Na overleg met de internist in Ter Gooi Hilversum hebben we besloten je door te sturen naar de spoedeisende hulp. Neem wat kleding mee, want je zult waarschijnlijk een paar dagen blijven.”

Halsoverkop trek ik een combinatie van afgrijselijke oude kleding uit mijn kast in Eemnes. Dan begint het hele circus. Infuus wordt geprikt, een röntgen-scan, verdachte activiteit rondom mijn lymfeklieren, een CT-scan, een hartfilmpje, een hartecho. Dokters lopen af en aan in mijn spoedkamertje. Namen kan ik niet onthouden.

Overplaatsing naar Acute Opname. Volgende ochtend van daaruit naar Oncologie. Langzaam sijpelt het besef binnen dat ik niet zomaar een virusje heb opgelopen. Alles wordt in werking gezet om zo snel mogelijk te achterhalen waar ik nou last van heb.

Visite. De dokteren komen binnenlopen. Ze hebben besloten om maandagmorgen een beenmergpunctie uit te voeren. Op die manier kan snel worden uitgesloten om welke diagnose het wel of niet zal gaan.

Maandagmiddag. Ik ontwaak uit een korte, diepe slaap in een plasje eigen speeksel op mijn kussen. Broeder Pieter zit gehurkt naast mij. “Daniël, er zijn wat uitslagen terug van de beenmergpunctie uit het lab”. Durf niet te vragen of zo’n snelle uitslag als positief of negatief gezien moet worden. “Vanmiddag om half vijf heb je een gesprek met de dokter”.

One reply on “ Kankerzooi: De diagnose ”
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.