De samenleving in een vierzit

Ik zat in een overvolle trein vanuit Maastricht. Tegenover mij zat een bejaarde Turkse moslima. Naast mij zat een zakenman, onberispelijk in pak, glimmende schoenen en elk haartje op zijn kalende hoofd in het gareel. Schuin tegenover mij zat een puisterige middelbare scholier, op wiens T-shirt een verleidelijke dame zonder T-shirt was afgebeeld. De Nederlandse samenleving in een notendop – of in dit geval, op twee bankjes in de trein.

We zaten zo’n twee uur lang tegenover en naast elkaar. De Turkse dame glimlachte vriendelijk (maar tandeloos) naar iedereen die de coupé binnenkwam. De zakenman hield galant de deur open voor luidruchtige toeristen met hun hutkoffers. De scholier bood tevergeefs aan zijn plek op te geven aan een ouder echtpaar. Ik hield krampachtig mijn weekendtas vast, opdat iedereen genoeg beenruimte had. Het hele tafereel straalde samenwerking, vrede en tolerantie uit.

Ze hadden het idee dat alle inwoners als één grote blije familie naast elkaar zouden leven

Toeterende processies

In de trein kregen we het zo voor elkaar. In de samenleving is het helaas vaak nog een ander verhaal. Ik denk terug aan mijn jeugd in een nieuwbouwwijk in de Randstad, waar de architecten en planologen heel mooi het idee voor ogen hadden dat alle inwoners als één grote blije familie naast elkaar zouden leven. Ongeacht afkomst, inkomsten of levensovertuiging. Verschillende soorten huizen zouden vlak bij elkaar staan en iedereen zou in harmonie naast elkaar wonen.

In de praktijk betekende het dat de zakenmensen in de grote villa-achtige vrijstaande huizen zich stoorden aan de herrie van puisterige middelbare scholieren in de appartementjes tegenover hen. En de middenklassers in hun praktisch ingerichte huizen stoorden zich aan de toeterende processies als hun Turkse overbuurvrouw weer een dochter had die ging trouwen.

NS-banken

In een woonwijk weet je al snel in welke straten je je vrienden ontmoet, en welke straten je liever wilt vermijden. Maar in een overvolle trein heb je niet zo gek veel keus. Iedereen zit door elkaar, en niemand heeft hier problemen mee. Helpt het dat je weet dat je over twee uur weer van ze af bent? Misschien. Maar ik heb ook wel eens gesprekken gevoerd met wildvreemde reizigers, waarna ik het na twee uur bijna jammer vond om afscheid te moeten nemen van een onbekende.

In een tijd waarin de politiek Nederland steeds verder uiteen lijkt te drijven in ‘wij-zij’-denken, zouden we eens wat vaker gezellig met zijn allen in een overvolle trein moeten stappen. Dan ontdekken we dat ‘de ander’ zo vreemd nog niet is. Of we zouden voor de grap eens alle standaard bankjes bij speeltuinen, of bushaltes, of in wachtruimtes moeten vervangen door van die knalblauwe vierzits NS-banken. Misschien dat we dan vanzelf leren om met elkaar om te gaan als één grote blije familie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.