Column: Meneer Jus

Het weer is in de war vandaag. Soms laat de zon haar glimlach zien, om vervolgens opzij geduwd te worden door keiharde regen. Stelletjes komen zeiknat binnen, ze zoeken een plek om te schuilen. Drie kwartier later bestelt een blonde jongen ijskoffie. Met slagroom. Aan een tafeltje buiten.

Meneer Jus sjokt ons koffietentje binnen. Zijn lange lichaam volgt zijn hoofd, alsof hij zijn lijf met grote moeite met zich meesleept. Zijn armen hangen langs zijn middel. Ze lijken niet bij de rest te horen.

Hij drinkt altijd jus d’orange. Heel soms melk. Maar meestal jus d’orange. Ik vraag hem hoe het gaat, hij vertelt over zijn week. Drinkt zijn sinaasappelsap met grote slokken weg en gaat vervolgens met zijn hoofd op de tafel liggen. Naast hem een plastic tas van de Albert Heijn. Soms ligt hij wel een kwartier lang met zijn gezicht plat naar beneden. En als hij het genoeg vindt, draait hij een sjekkie. Sjokkend vervolgt hij dan zijn weg naar buiten.

Maar niet vandaag. Hij is platzak, zegt hij. Of hij een kraanwater mag bestellen. Onder zijn droevige ogen hangen grote wallen. Vorige week zei hij dat het goed met hem ging. Stralend vertelde hij hoe hij minder wilde gaan roken. En dat hij zo’n goed gesprek met zijn begeleider had gehad.

Ik breng hem een kraanwater en een glimlach. Hij bedankt vriendelijk, drinkt zijn glas leeg en staart in het niets. Zijn Albert Heijn tas heeft hij omgeruild voor een van de Coop. Hij vouwt zijn handen over zijn oren en buigt zijn nek.

Dan sjokt hij weg. De regen stopt en de lucht klaart op. Vandaag is de dag van meneer Jus. Een beetje in de war. Soms een glimlach, soms verdriet. Maar de ochtend breekt altijd weer aan. En meneer Jus komt altijd terug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.