Column: Gezelschap in de aanbieding

Altijd zit ze voor het raam, haar haren ongekamd en een sigaret tussen haar vingers geklemd. Met een norse blik kijkt ze naar Teleshopping. Er staan wat dooie planten in de vensterbank van haar eenvoudige rijtjeswoning. Iedere dag als ik boodschappen ga doen kom ik langs haar huis en gluur ik naar binnen. Soms kijkt ze terug. Meestal staart ze naar de flikkerende televisie.

Ik stel me voor hoe ik op de terugweg van de supermarkt aanbel. Zij staat moeizaam op en loopt sjokkend naar de voordeur. Klikt de deur voorzichtig van het slot en loert door een kier naar buiten. “Ja?” Ze klinkt niet uitnodigend. “Ik, eh, vroeg me af hoe het met u gaat. En of u het misschien leuk vind als ik een keer op visite kom,” stamel ik. Zij kijkt me een beetje glazig aan, en trekt dan langzaam de deur wat verder open.

“Wat mot je nou echt van me?” vraagt ze argwanend. Dit was een slecht plan. Stotterend probeer ik uit te leggen dat ik het leuk zou vinden om eens met haar te praten. Dat komt er in hele omslachtige zinnen uit, omdat ik haar niet het gevoel wil geven dat ik haar zielig vind en denk dat ze wel wat gezelschap kan gebruiken. Hoewel dat eigenlijk wel de waarheid is.

Ze laat me toch maar binnen. Haar vier katten rennen direct op me af en willen allemaal bij me op schoot zitten. De bank zit onder de haren, dus ik ga op het puntje zitten. Ik vertel wat over mezelf. Vraag of ik eens boodschappen voor haar kan doen, want ik zie dat ze slecht ter been is. Ze biedt me niets te drinken aan, maar ik heb toch geen dorst.

Een moeizaam gesprek later loop ik de deur uit. Heb met haar afgesproken dat ik even aanbel als ik onderweg naar de supermarkt ben. Als zij dan nog wat nodig heeft, neem ik dat voor haar mee. Ze zat niet op medelijden te wachten en vertrouwde me voor geen meter, maar er is in ieder geval een opening. Ziet ze eens wat meer dan die eeuwige televisie.

Ik ben benieuwd hoe het zou zijn als ik echt zou durven aanbellen. Hoe anders zou het verhaal zijn dan ik het nu heb opgeschreven? Wie weet, vind ik binnenkort de moed om dat te ontdekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.