COLUMN: Dit is waarom je niet bang hoeft te zijn voor vluchtelingen

Het is een tijd van glorie voor het openbaar vervoer: de overheid neemt controle over bij Prorail zodat alles lekker loopt, Brussel opent haar vliegveld Zaventem weer en ik heb na twee jaar studeren ontdekt dat het best leuk is om een studenten-ov te hebben. Dat impulsieve tripje naar Amsterdam? Heerlijk! Treinreisjes zijn fantastisch. En nog gratis ook.

Die transitie van Prorail van markt naar overheid is heel erg soepel gegaan, bijna onopgemerkt zelfs. Dus zit ik net als altijd een extra kwartier te wachten tot mijn trein aankomt. Geweldig. Echt waar. Er is geen enkele plek die zoveel avontuur uitademt als een station. Het station ademt echter meer uit dan alleen avontuur. Het wasemt af en toe ook een ongelooflijke stank uit. De geur van een hele hoop junkfood uit de plaatselijke eettentjes wordt afgewisseld met de lucht van de openbare toiletten en de geur van roestig metaal.

En boven dat alles heb je de reizigers. Die hebben allemaal oksels, dus dat ruik je ook. Openbare plaatsen zijn voor mij bloedgaaf, omdat ze zoveel verhalen en ervaringen bevatten. Dat is de reden dat ik van reizen hou, ook al is dat maar naar Amsterdam. Maar als er één ding is dat mijn tripjes kan maken of breken zijn dat mijn medereizigers. Doorgaans zijn het heel erg aardige mensen, gewoon op weg naar hun baan of opleiding, maar soms zit er ook vreemd volk tussen. Die komen niet van hier. En nadat je weet wat er met Zaventem is gebeurd moet je natuurlijk bang zijn. Want wie weet trekt één van die ‘engnekken’ tegenover je wel een Kalasjnikov om de trein aan flarden te schieten.

En natuurlijk plof ik, op mijn terugweg van Amsterdam, neer tegenover twee van die vreemdelingen. Ze kijken me eventjes argwanend aan, maar beginnen daarna weer luidruchtig verder te praten. Ik bekijk ze wantrouwend. Ze komen duidelijk niet van hier. Hun accent klinkt alsof ze uit het oosten komen, en ze zien er echt anders uit dan normaal. Ze dragen vreemde kleren, hun ogen zijn bloeddoorlopen en hun haar is dun. Ze ruiken zelfs anders dan de meeste mensen: een muffe lucht, alsof ze weinig buiten komen.

Terwijl ik hen verder bestudeer begin ik me af te vragen wat hun verhaal is. Misschien zijn dit ook wel gelukszoekers. Je kan gewoon aan ze zien dat ze leven van overheidsgeld. Straks zijn ze nog gevaarlijk, er zitten echt rare mensen tussen dat volk. Maar ik moet niet luisteren naar dat soort gedachten. Want voor mij zit gewoon een bejaard stelletje dat uit Twente komt, en toen ik ze een fijne dag wenste toen ik vertrok, wuifden ze mij vriendelijk gedag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.