COLUMN: Aanrijding met een persoon

“Close your eyes and clone yourself
Build your heart an army
To defend your innocence
While you do everything wrong”

“Dames en heren,” ik zet mijn koptelefoon even af, “wegens een aanrijding met een persoon, rijdt deze trein voorlopig niet. Nadere informatie volgt.”

“Ja, hij rijdt niet… godver,” hoor ik het telefonerende meisje naast me chagrijnig klagen. Aan iedereen om me heen te horen, is er een gedeelde mening: “Pffff…” Een paar seconden en aanzienlijk meer scheldwoorden later, ben ik alleen over. De ‘nadere informatie volgt’ maakt me nieuwsgierig. En daarnaast: ik heb mijn laptop op schoot om dit tafereel zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven. Want ja, ik schrijf columns voor Ad Rem en treinverhalen doen het goed. 

Koptelefoon weer op. Gek genoeg ben ik ook al zo afgestemd dat de woorden ‘aanrijding met een persoon’ me niet raar op doen kijken. Laat staan nadenken over wat zo’n aanrijding met een persoon voor gevolgen heeft. En dan bedoel ik niet dat half uurtje extra reistijd voor wat treinreizende mensen. 

Een vader, moeder en zoon komen de trein binnen. Ze hebben een geanimeerd gesprek. Over uitvallende treinen, over waarom ze er voor kiezen de woordcombinatie ‘aanrijding met een persoon’ te gebruiken en over hoe ze waarschijnlijk straks ook deze trein uitgestuurd zullen worden. Ook zij staan niet stil bij het abrupt beëindigde leven van de ‘aangereden persoon’ en de nabestaanden. Ach, ze kunnen de opgelopen vertraging in ieder geval nog relativeren, dat is al heel wat.

“Helaas zal deze trein niet meer rijden, hij wordt afgerangeerd. We willen u vriendelijk verzoeken deze trein te verlaten.” Ook nu weer is de trein snel leeg. Nog voordat ik mijn laptop in mijn tas gedaan heb, zijn de lichten uit. Ik wil nog een foto maken – want ja, Ad Rem – maar word door een NS-medewerker de trein uit gestuurd. Daar sta ik, op een donker en leeg perron. Zo ongeveer moet het leven er voor ‘de persoon’ uit hebben gezien vlak voordat… 

“Know your fight is not with them.
Yours is with your time here.
Dream your dreams but don’t pretend.
Make friends with what you are.”

John Mayer onderbreekt mijn gedachte, maar vult het feilloos aan. Inmiddels enigszins geëmotioneerd sta ik op een ander perron te wachten op een trein die misschien wel nooit komt. Overal om me heen staan zoekende mensen. Bij de informatieborden, bij medewerkers of in hun telefoon gedoken.  

Eens te meer (net als vorige week) realiseer ik me hoe individualistisch we zijn. Ik ben daar met mijn koptelefoon op, bezig met ‘hoe ik dit het beste kan verwoorden’, geen uitzondering op. Is het ditzelfde individualisme dat ‘de persoon’ het definitieve besluit heeft doen maken?

“Alive in the age of worry.
Rage in the age of worry
Sing out in the age of worry
And say, “Worry, why should I care?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.