“Onbedoelde humor in de trein, daar kan ik nou van genieten” – TREINLEVEN

“Is deze plek vrij?”

Het is rustig in de trein. Buiten is de lentezon goed aanwezig en binnen is het verrassend koeltjes. Als we even onderweg zijn minderen we vaart. “Amersfoort, station Amersfoort”, klinkt de stem van de conducteur. Mensen die duidelijk hebben getwijfeld tussen net te warme lange mouwen en iets te frisse hemdjes, druppelen de trein binnen. “Is deze plek vrij?” Een schriele jongen van rond mijn leeftijd wijst afwachtend op de stoel naast mij. “Tuurlijk!”, ik schuif wat verder richting het raam. De bepakte en bezakte jongen zet zijn spullen op de grond en laat zich dankbaar op mijn buurstoel zakken. “Zo”, zegt hij tevreden, hij kijkt mijn kant uit, “had je ook zo’n lange dag vandaag?”

Koetjes en kalfjes

Iets in mij voelt het sterke verlangen om te zeggen dat mijn dag, net als altijd, gewoon uit 24 uur bestaat, maar het sociaal wenselijke in me wint de strijd: “Ja, pfoe, jij ook?”. De schriele jongen lijkt tevreden met dit antwoord: “Ja, nou, zeg dat!” Zegt hij. Er ontstaat een gesprek over koetjes en kalfjes. Ik hoor aan zijn stem dat hij een steady poging doet mij, maar vooral zichzelf, ervan te overtuigen dat hij een zelfverzekerde schriele jongen is. Het lukt hem bijna.

Dom

Even lijkt hij geen inspiratie meer te hebben voor het gesprek. Om de ongemakkelijke stilte te doorbreken flap ik eruit: “Het is koud hier hè!”. Nog voor de woorden over mijn lippen zijn heb ik spijt van mijn uitspraak. Velen zullen een zin als deze onder het kopje ‘vrouw’ plaatsen, omdat hij meestal een dubbele boodschap heeft. Bij mij past hij onder het kopje ‘dom’, omdat ik soms gewoon vergeet na te denken voor ik praat. Mijn buurman blijkt onder de eerste groep te vallen, ik kan het onbedoelde kwartje zowat horen vallen. “Je mag mijn jas wel aan!”, antwoordt hij dan ook veel te gretig. Mijn spijt wegslikkend bedank ik hem vriendelijk en wijs ik hem op mijn eigen jas die in mijn tas zit. “Dom”, hoor ik mezelf denken.

Lekker onderwerpje wel

Schriele jongen blijkt een nieuw laatje gespreksstof open te hebben getrokken. “Homo’s en lesbo’s in de kerk, wat vind jij daar nou van?” Ik spuug mijn slecht getimede slok water half uit en probeer mezelf te herpakken. Nog voor ik iets kan zeggen heeft meneer zijn mening al op het treintafeltje gegooid: “Ik vind dat dus echt niet kunnen”. Ik merk dat een gemengd gevoel van boosheid en ironie mijn lichaam vult. Ietwat geprikkeld maar, naar mijn idee, best vriendelijk leid ik het gesprek subtiel naar een ander onderwerp. Een zonnige vrijdagmiddag als deze is niet bedoeld voor frustratie. Het is tenslotte weekend.

Houdoe

Na een verkeerde trein en een ongeplande tussenstop in Dieren, komen we in Den Bosch aan, wat kennelijk voor ons allebei het eindstation is. Bovenaan de roltrap blijft schriele jongen staan. Vragend kijkt hij me aan. Ik hou me van de domme en kijk enigszins leeg terug. “Nou, het zou wel heel toevallig zijn als we elkaar, zonder enige contactgegevens van elkaar te hebben, ooit weer tegen zouden komen hè!?”. Hij kijkt me hoopvol aan. “Nou!”, bevestig ik hem, stiekem genietend van deze ongemakkelijke situatie. Hij laat een stilte vallen. Een paar goede seconden later heeft hij door dat het een verloren zaak is: “Nou, eh, doei dan maar hè!” “Ja, houdoe!” Ik maak een soort van halve zwaaibeweging.

Ironie

Schriele jongen met een mening over ‘homo’s en lesbo’s in de kerk’ moest eens weten dat hij zojuist hoopte op het nummer van een van hen. Heerlijk. Onbedoelde humor. Daar kan ik nou van genieten.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.