Een pardon voor kinderen

Afgelopen weken was mediamaker Tim Hofman volop in het nieuws naar aanleiding van de documentaire die hij namens zijn internetprogramma #BOOS maakte. De documentaire werd onder de naam ‘Terug naar je eige land’ op YouTube uitgezonden en ging over asielkinderen die al hun hele leven in Nederland wonen maar toch terug moeten naar hun land van herkomst. Na de lancering van de documentaire barstte de discussie los.

Om te weten waar die discussie over gaat is het belangrijk om eerst te kijken naar hoe het kinderpardon werkt. Het kinderpardon werd na de landelijke verkiezingen in 2012 door het toenmalige kabinet ingevoerd. Het idee was om voor kinderen zonder verblijfsvergunning een uitzondering te maken zodat zij toch in Nederland kunnen opgroeien, het land waar ze geboren zijn. Om in aanmerking te komen voor een kinderpardon moet het gezin aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van die voorwaarden is het ‘meewerkcriterium’. Dit criterium zegt eigenlijk dat de ouders op contractbasis bevestigen dat zij zullen meewerken aan de uitzet, indien dat van toepassing zal zijn.

Het meewerkcriterium zorgt voor veel ophef, onder andere bij Tim Hofman. Volgens hem is het meewerkcriterium één van de redenen dat het kinderpardon niet werkt. Cijfers van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) bevestigen dat er inderdaad afgelopen jaar niet veel aanvragen voor het kinderpardon zijn ingewilligd, slechts een kleine acht procent. Een belangrijke oorzaak daarvan is het meewerkcriterium. Dat maakt de voorwaarden voor een kinderpardon zó onhaalbaar dat advocaten in dit soort zaken niet eens meer proberen een kinderpardon te bewerkstelligen.

Nemr in de Tweede Kamer

Een andere belangrijke oorzaak voor het falen van het kinderpardon is dat er vaak oneindige mogelijkheden zijn om in hoger beroep te gaan. Dat zorgt voor ellenlange procedures en tijdens die procedures groeien de kinderen gewoon in Nederland op. Ze raken geworteld in de Nederlandse samenleving.

Het kinderpardon werkt dus niet, maar vanuit de politiek werd er niet positief op de kritiek van Hofman gereageerd. In de documentaire bezoekt hij namelijk de Tweede Kamer samen met de Irakees-Nederlandse Nemr, een negenjarige jongen die behoort tot één van de vierhonderd kinderen die uitgezet dreigen te worden. Daar ondervragen ze politici. Zij waren nogal ongemakkelijk met het onverwachtse bezoek. Lodewijk Asscher, fractievoorzitter van de PvdA, noemde de actie van Hofman niet erg netjes en Klaas Dijkhoff van de VVD werd ernstig bekritiseerd omdat hij harteloos op de vragen van Nemr zou hebben geantwoord.

Complex vraagstuk

Later die dag schoof Hofman samen met Nemr aan bij De Wereld Draait Door en daar won hij wel de sympathie van het publiek en de gasten. Doordat Nemr er zelf bij zat was het moeilijk om echt kritische vragen te stellen en dat resulteerde in veel lof voor Hofman en zijn documentaire. En ondanks dat het initiatief ook erg mooi is, is het ook belangrijk om kritisch naar de situatie te kijken. Door de politici zo onder druk te zetten creëer je als mediamaker het beeld dat dit probleem de politiek niet bezighoudt. En dat is niet zo. In september was er bijvoorbeeld nog een debat over het vreemdelingen- en asielbeleid. En hoewel Hofman zélf misschien wel weet dat het een ingewikkeld probleem is, zullen er ongetwijfeld veel mensen zijn die de petitie hebben ondertekend en níet op de hoogte zijn van de complexiteit van het probleem. Want was het probleem niet complex, dan zou de politiek er eensgezind over zijn dat het anders moet. Maar er zijn nou eenmaal belangrijke vraagstukken rondom het probleem. Wat moet er bijvoorbeeld na die vierhonderd schrijnende gevallen gebeuren? Want ook dan zullen er mensen zijn die net niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. En ook die gevallen kunnen dan weer schrijnend bevonden worden. En moet media-aandacht dan de oplossing zijn voor dat soort gevallen? Dat zijn vragen die niet alleen de politiek, maar ook het volk zich moet stellen. En pas daarna onderteken je de petitie, of niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.