Dertig procent van de jongeren verslaafd aan social-media

Als je na een lange dag eindelijk in bed ligt, besluit je nog snel even je Facebook of Instagram te checken. Even. Drie uur later leg je je telefoon eindelijk weg, maar dat blauwe licht blijft maar op je netvlies verschijnen waardoor slapen onmogelijk wordt. Het zal weinigen echt verbazen: social-mediagebruik onder studenten neemt alarmerende vormen aan. Bijna 30 procent van de jongeren tussen 18 en 25 jaar noemt zichzelf verslaafd.

Illustratief feitje: van de jongeren tussen 18 en 25 jaar is 40 procent dagelijks drie uur of langer met sociale media in de weer, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Drie uur. Tijd waarin we ook kunnen studeren, sporten of met hun vrienden in de kroeg hangen.

Alarmerend

De ontwikkeling gaat razendsnel. In twee jaar tijd is het percentage studenten dat langer dan drie uur met sociale media bezig is bijna verdubbeld. En wat misschien wel het meest zorgwekkend is, is dat uit het onderzoek blijkt dat de meeste jongeren er zelf last van hebben. Veertig procent geeft aan dat ze slechter slapen, door dat ze nog ‘even’ voor het slapen gaan social media checken en 35 procent zegt dat de studieresulten er onder lijden.

“Bij alcohol en drugs doen we ook aan voorlichting”

Een alarmerend cijfer, vindt Rhea van den Dong, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Ze ziet het om zich heen gebeuren, op straat, in de trein, in de collegebanken ook.

“Af en toe is er wel discussie, als een docent aangeeft dat hij het gevoel heeft dat leerlingen vooral met andere dingen bezig zijn. Dan hebben ze hun laptop wel open, maar zijn ze met Whatsapp of Facebook bezig.”

Dat is dan even een dingetje, en daarna gaat het gewoon weer verder. Structureel gebeurt er op hogescholen en universiteiten ‘weinig tot niets’ om het onderwerp onder de aandacht te brengen.

Bij de meeste hogescholen, net als bij de CHE, is er geen algemeen beleid om het social media gebruik terug te dringen. De ene docent maakt er een punt van, de andere heeft het nergens over. Ook de Hogeschool Rotterdam ‘legt de verantwoordelijk bij docenten en studenten’. Onderling moeten zij bepalen wat wel kan en wat niet.

Alomtegenwoordig

Maar het ISO betwijfelt of zo’n soort benadering voldoende recht doet aan de ernst van het probleem. Sociale media zijn zo alomtegenwoordig, dat jongeren moeten weten hoe ze zich kunnen weren tegen overconsumptie, vindt de organisatie.

De cijfers van het CBS suggereren dat studenten niet het gevoel hebben dat ze dat zelf kunnen. Bijna 30 procent noemt zichzelf verslaafd aan sociale media. Van den Dong: “We leren jongeren ook om te gaan met andere verslavende zaken, zoals alcohol en drugs. Daarbij doen we ook aan voorlichting, dan is het niet gek om dat ook bij sociale media te doen als blijkt dat dat nodig is.”

“Iedereen vraagt zich af hoe hiermee om te gaan, maar niemand weet het antwoord”

Het probleem is echter dat scholen geen idee hebben hoe ze ermee om moeten gaan, zegt Regina van den Eijnden, universitair hoofddocent Maatschappijwetenschappen in Utrecht. “En hetzelfde geldt voor ouders, en voor studenten zelf. Iedereen vraagt zich af hoe hiermee om te gaan, maar niemand weet het antwoord.”

Als er een partij is die in de ogen van Van den Eijnden de handschoen op moet pakken, is het de overheid. “Er moet echt meer aandacht komen voor dit onderwerp. Dan kun je denken aan financiering van onderzoek, maar ook aan preventie en het ontwikkelen van zelfhulpprogramma’s. Nu is er geen enkel potje beschikbaar om er iets aan te doen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.