Columns

COLUMN: Tuin

petra-cigale-128139

Ik kom beneden. M’n vader zit op z’n vaste plaats op de bank: in de hoek, arm op de leuning. Hij begroet mij met zijn dagelijkse retoriek. “Zo, ook weer wakker?” Het is m’n moeders werkochtend, dus vanmorgen let ik een beetje op.

Terwijl ik mijn ontbijtje klaar maak is m’n vader uitgerust van het was ophangen en gaat hij verder met het lijstje wat mijn moeder elke dag voor hem maakt: aardappels schillen. Die simpele dingen gaan nog best wel goed eigenlijk. Zo lang het maar geen nieuwe of ingewikkelde dingen zijn.

Vroeger was het anders. Sinds zijn pensioen (voordat ik geboren werd) was mijn vader elke ochtend in zijn moestuin te vinden. Daar teelde hij de groenten waar wij groot van zijn geworden. Het hele jaar aten we van wat ‘de tuin’ ons bracht. Soms tot vervelends toe. Ik kan me nog goed herinneren hoe we soms dagen achter elkaar bonen aten omdat ze allemaal tegelijk goed waren.

Als kind gingen we op zaterdag en in vakanties altijd mee naar ‘de tuin’. In een blauwe overall en groene laarzen speelden we dan in onze hutjes en verzorgden ons eigen tuintje met vooral veel bloemen en soms wat verdwaalde worteltjes of prei erin. Ik had nooit van die groene vingers maar m’n broer heeft daar absoluut zijn passie voor alles wat groen en grond is opgepikt.

Het moet ongeveer een jaar geleden zijn dat we de tuin hebben opgeruimd en weggedaan. Het was niet meer te doen. Doordat m’n vader veel problemen kreeg met z’n evenwicht viel hij steeds. Dan kwam hij terug van de tuin met een bebloed hoofd of gekneusde rug.

Op een gegeven moment kwam m’n vader van de tuin in lichte paniek thuis. Zijn grote sleutelbos à la gevangenenbewaarder was kwijt. Hij had geen idee waar hij die gelaten had maar dacht dat hij ‘m op de tuin verloren was. Als Sherlock Holmes speurden we de tuin af op zoek naar de sleutels. Ze zijn nog steeds kwijt.

Terugkijkend denk ik dat rond die tijd de eerste alarmbellen gingen rinkelen. Het was rond die tijd dat we ons gingen realiseren dat er misschien meer mis was dan de kleine kwaaltjes die ouderdom met zich meebrengt.

De aardappels zijn geschild, mijn ontbijt is op. Straks als m’n vader weer uitgerust is zal hij wel weer in de achtertuin gaan kijken. Daar maakte m’n broer bakken voor hem waarin hij nu nog wat sla kweekt. Of andijvie. Dat weet niemand meer.

Share:

Reageer